Vlaming houdt van de VRT

Niettegenstaande commerciële tv-zenders sinds jaar en dag een stevige plaats in het medialandschap innemen, houdt De Vlaming van zijn openbare omroep. Bijna de helft van de Vlamingen stelt zich wel vragen bij de commercialisering ervan. Tijdens VEPEC’s Praatcafé, op 1 maart in de foyer van de Bourlaschouwburg, vroeg VEPEC aan onderzoeksbureau iVOX om bij 3000 Vlamingen hun houding te onderzoeken ten opzichte van de openbare omroep en dat leverde een aantal opmerkelijke resultaten op. Slechts een minderheid is akkoord met de beslissing om quota’s in te voeren zodat de openbare omroep een spiegel wordt van de samenleving. De verzadiging van kook- en sportprogramma’s lijkt wel toe te nemen. De affaire rond ex-VRT journalist Bracke (N-VA) die destijds ook meeschreef aan het manifest van Frank Vandenbroucke (SP.A) heeft de geloofwaardigheid van het nieuws op de VRT wel degelijk aangetast volgens zowat 11% van de Vlamingen.

De feiten spreken voor zich: de Vlaming vindt een sterke openbare omroep belangrijk, oordeelt dat de openbare omroep betere programma’s maakt dan de commerciële omroep, vindt de openbare omroep meer kwaliteitsvol en meer betrouwbaar, misschien wel iets minder modern dan VTM, maar zelfs bijna even vernieuwend… al besteedt de VRT voor telkens 21% te veel aandacht aan sportprogramma’s en kookprogramma’s.
De commercialisering via reclame en sponsoring stoort wel bijna 40%. Verder stellen bijna even veel mensen dat het uitbouwen van een commerciële radiozender, zoals MNM, niet de taak is van de openbare omroep. Zowat de helft van de ondervraagde Vlamingen is zelfs bereid om de dotatie voor de VRT op te trekken indien dit naar een reclamevrije openbare omroep leidt.
Als klap op de vuurpijl vindt dan ook 56% van de ondervraagde Vlamingen dat
de VRT eerder bij hen past dan VTM. Bij VTM ligt dit percentage op 19%. Deze
sterke verankering zorgt er ook voor dat, hoewel de affaire Bracke wel degelijk de
geloofwaardigheid van het nieuws heeft aangetast, dit slechts bij een kleinere groep het geval is (11%).

Wat de op tafel liggende vernieuwingen betreft, is het zo dat de plannen voor een
eventueel derde kanaal wel positief worden onthaald door een meerderheid van de ondervraagden  (57%). Maar er is bijna geen draagvlak voor de beslissing van de VRT om zichzelf quota op te leggen met betrekking tot het in beeld brengen van bepaalde groepen zoals allochtonen, gehandicapten en ouderen: slechts 17% is te vinden voor zo’n maatregel.

Meer info op www.vepec.be

This entry was posted in Broadcast, Event, Television. Bookmark the permalink. Both comments and trackbacks are currently closed.